Sinterklaas
draagt nogal wat kleding. Enerzijds omdat hij een
bisschop is, het hoort er nu eenmaal bij, maar ook om hem te
kunnen herkennen. Als hij in een blauwe smoking voorbij zou
komen, zou niemand zien dat het Sinterklaas is die daar loopt.
Hieronder lees je waar je Sinterklaas dus aan kan herkennen
(klik op het donkerblauwe
kledingstuk voor een foto):
Sinterklaas laat zijn
snor en baard staan. Het zou zonde zijn om hem af te
scheren. Het hoort nou eenmaal bij hem. De baard is ongeveer
veertig centimeter lang. Als hij tot een halve meter is
gegroeid, dan moet Sinterklaas echt even naar de barbier.
Ook zijn
hoofdhaar laat de Sint lekker lang groeien. Als hij
bij de barbier is geweest, is het haar tot over zijn oren en dan laat
hij het weer groeien tot op zijn schouders. Die mooie golven in
zijn haar
heeft hij van zichzelf. Maar soms doet hij er wel een
permanentje in hoor. De barbier adviseert hem daarin.
Als Sinterklaas opstaat, is het eerste wat hij aantrekt: zijn
tabbaard (toga). Dit is een paarse 'jurk' met
lange mouwen en een rij knoopjes van zijn hals tot zijn voeten. Als
de Sint op zijn paard Amerigo weg moet, dan doet hij een korte tabbaard aan
en een rijbroek in dezelfde kleur. Want met een lange tabbaard
op je paard gaan zitten, dat lukt niet hoor.
We kennen Sinterklaas natuurlijk niet in het paars, maar
in het wit. Over de tabbaard gaat het superplie of de
albe.
Dit is een wit hemd tot op de knieën met lange, wijde mouwen. Aan
het einde van de mouwen en de zoom op de knieën zijn de meeste
alben afgewerkt met kant. Wel zo chic als je je
verjaardagsfeestje komt vieren.
Op de albe draagt de Sint over zijn schouders een rode
stola.
Deze ziet eruit als een soort sjaal. De slippen van de stola
hangen recht naar beneden vanaf de beide schouders. Als het
waait, zouden die alle kanten op wapperen en daarom draagt
Sinterklaas vaak een cingel om zijn middel. Een cingel is een koord met kwastjes aan het einde.
Deze houdt meteen de stola op zijn plaats.
Dan komt het grootste en mooiste kledingstuk: de rode
koormantel.
Deze mantel draagt Sinterklaas over alle andere kledingstukken
heen. Het is een wijde rode lap die vanaf de schouders tot bijna
op de grond hangt en aan de voorkant met een ketting en twee
haakjes wordt vastgemaakt. De mantel heeft meestal ook nog een
kap met mooie gouden franjes eraan. De mantels van Sinterklaas
zijn allemaal met goud en band versierd. De binnenkant is
goudkleurig of wit.
Op zijn hoofd draagt Sinterklaas een
mijter. Hij heeft er
nogal wat op de kast staan en draagt vaak een andere mijter.
Meestal wel een rode met op de voorkant een gouden kruis (†) of een
omgekeerde T. De meeste mijters kunnen platgevouwen worden, dat is makkelijker
met inpakken als hij op reis gaat, maar de mooiste mijters zijn
rond en lijken op een kroon. Als Sinterklaas aan het werk is in
zijn kasteel draagt hij vaak zijn
werkmijter. Die is hip, zit lekker makkelijk en is niet zo
zwaar.
Sinterklaas
bezoekt Nederland altijd in de herfst en soms is het dan
verraderlijk koud. Om te voorkomen dat Sinterklaas snipverkouden
of zelfs ziek wordt, draagt hij soms een lange, gebreide, wollen
sjaal.
Dan nog de
kromstaf. Dat is natuurlijk geen echt kledingstuk,
maar hij hoort er wel bij. Sinterklaas is niet slecht ter been
hoor. Hij kan ook prima de trap op zonder zijn staf. De staf
heeft hij gekregen van zijn oom toen hij nog jong was. De gouden
staf met de krul aan het einde neemt hij altijd mee als hij
buiten zijn kasteel ergens naar toe gaat.
Verder draagt Sinterklaas meestal nog: zwarte schoenen of
rijlaarzen, lange, witte
of soms paarse handschoenen.
Om zijn linker ringvinger draagt de Sint een
gouden ring met een robijn erin en
soms nog wat extra sieraden.